De
aalscholver (Phalacrocorax
carbo)
Beschrijving
80-100 cm. Een grote zwarte watervogel met witte kinen wangen;
in broedkleed met witte dijvlek en gedeeltelijk grauwwitte of witte kop. Lijkt in winterkleed op Kuifaalscholver, maar meestal groter, met andere
kopvorm, grotere naakte gele huid rond oog en
zwaardere snavel. Zwemt laag in het
water met gestrekte nek en schuin omhooggestoken snavel. In rust vaak in
karakteristieke houding met gespreide vleugels om
te drogen.Juveniel met bruinige
bovendelen en vuilwitte onderdelen. Onvolwassen vogels
worden met iedere rui donkerder.
Voorkomen in het wild
De vogel broedt graag in
grote kolonies langs de kusten van West-Europa en op de Balkan. Hij komt meer dan vroeger ook in het binnenland voor, bij sloten,
kanalen en rivieren.
Bedreigde
status
Geen.
leefomgeving
West-Europa
Leefwijze
Broedperiode begint vroeg, soms al in
december. Late broedsels tot in juni, kolonies dan tot eind augustus bezet.
Tweede legsels vanaf half april, maar lagere aantallen. Broedt in kolonies,
dicht bij visrijk water. In het binnenland in moerasbossen, aan de kust ook in
duinen, kwelders en op eilanden. Broedt meestal in bomen, soms ook op de grond
of in riet. Baltsritueel op nest, waarbij overvliegend vrouwtje wordt
aangetrokken door onder meer de fel afstekende witte dijen. Nest van gemiddeld
3-4 eieren. Broedduur 27-31 dagen. Jongen vliegvlug na zo'n 50 dagen
leefgebied
Leeft nabij zout en zoet water. Broedt in
kolonies nabij grote wateren en veelal in bomen. Op eilanden die vrij zijn van
predatie ook op de grond of in riet. Grootste kolonies in het IJsselmeergebied,
daarnaast Waddeneilanden, Deltagebied en Hollandse duinen en moerasgebieden.
Enkele kolonies in rivierengebied. In Scandinavië en Groot-Brittannië zeevogel,
broedt daar op rotskusten. Buiten de broedtijd niet aan de kolonies gebonden.
Grote concentraties doorgaans in Waddengebied (nazomer), IJsselmeergebied
(inclusief Markermeer), Deltagebied en langs de rivieren.
Voedsel
Vis, vooral de vissoorten die plaatselijk het
meest voorhanden zijn. Paling (aal) is dat allang niet meer. Veelal vissoorten
die commercieel minder interessant zijn. Uit de Nederlandse binnenwateren
vooral soorten als pos, baars, blankvoorn en spiering. Daarnaast behoorlijke
hoeveelheden brasem, hetgeen bijdraagt aan het tegengaan van verstikkende
algengroei. De brasem eet watervlooien die de algen in bedwang houden.
Vogeltrek
Trekbewegingen afhankelijk van geografische
regio. Britse vogels verlaten broedgebieden en vertrekken naar de kust of naar
visrijke gebieden landinwaarts. Aalscholvers van rond Kaspische en Baltische
zee overwinteren in open wateren of trekken naar Middellandse Zee. Aalscholvers
uit West-Europa verspreiden zich of trekken zuid tot zuidwestwaarts naar open
meren of kustgebieden, tot aan Tunesië. Wegtrek van onze aalscholvers bij
streng winterweer, overwegend zuidwaarts tot aan Middellandse Zee. Tijdens trek
en in winter in ons land aalscholvers uit Oostzeegebied en Noord-Duitsland.


Reacties
Een reactie posten